
In veel culturen is het vanzelfsprekend dat een familielid de zorg voor ouders op zich neemt. „Ik heb veel te danken aan mijn ouders. Alles eigenlijk.”
In 2015 stond Diana Matenahoru (63) met haar zusje in de tuin van hun ouderlijk huis. Hun moeder had net de diagnose dementie gekregen. „Mijn zusje stak een sigaret op en zei: ‘Er moet iemand bij ma gaan wonen’.” Haar zusje heeft kinderen en kleinkinderen, haar broers ook een eigen gezin. Diana is alleenstaand en de oudste dochter, ze voelde al waar dit naartoe ging. In haar Molukse familie is het gebruikelijk om voor je ouders te zorgen als ze ouder worden en hulp nodig hebben. „Dat werd ons met de paplepel ingegeven.” In haar jeugd woonde haar opa, de vader van haar vader, na de dood van oma bij hen in huis. „Mijn moeder zei altijd: ‘Ik heb er niet om gevraagd en het is ook niet met mij overlegd, dit doe je gewoon.”
Diana Matenahoru: „Ik heb de gezelligheid moeten ontdekken. En ervoor moeten kiezen om die te zien”, zegt ze. In het begin zag ze de zorg als een last, ze schoot uit haar slof, was gefrustreerd. De methode Sociale Benadering Dementie, ontwikkeld door cultureel antropoloog Anne-Mei The, hielp haar om anders naar de situatie te kijken. Ze leerde niet te focussen op haar moeders beperkingen, dat zij alles tien keer vraagt en het antwoord niet hoort omdat ze een beetje doof is, maar op wat haar een leuk mens maakt: de grapjes, de gesprekken over vroeger, de twinkeling in haar ogen als ze ergens van geniet.
Foto’s: Mona van den Berg